Categorie archief: Nieuwsgaring

Interessante berichten en onderwerpen.

De kerstboom

Mijn kerstboom is niet trendy en ook niet ‘in’
hij is een verzameling van losse sentimenten en bestaande zin
aan herinnering van nu en lang geleden
van warme chocola en veel gebeden
om verse sneeuw
liefst in grote vlokken naar beneden.

een zilveren vogel mist zijn staart|
hij is mij nog zoveel waard
de gouden engel zonder goud en zonder engelenhaar
ze mag blijven nog steeds zo dierbaar.

mijn kerstboom is niet trendy en ook niet ‘in’
een  engel van klei uit Mexico.
van een sinasblikje een engeltje, uit Togo
sterren van stro uit een Alpenland
een schotse ruit uit Caledonia, aan de zuinige kant
een mooie bal uit de zonnige Provence
gekocht op een bloedhete zomerdag
nu de verwarming hier een graadje hoger mag

Dan komt de realiteit van het moment
ze  kwamen uit het oosten, te voet en over zee
’t waren geen koningen en geen majesteit ze brachten ook geen blijde boodschap mee
hun boodschap was er een van vlucht en angst
van ontreddering en bang, banger, bangst

hoe moet het nou in vredesnaam met de vrede  hier op aarde?

geloof ik  er nog in?

maar moed verloren, al verloren
en als mijn sociaal geweten protesteert, dan weet ik het weer

WE HOUDEN DE VREDE ER IN!

want…, mijn kerstboom is niet trendy en ook niet ‘cool’
hij is behangen met vleugjes weemoed
en wat rafelige slingers van jeugdig  gejoel
guirlandes van warmte met een gouden randje
een uit de mode geraakte krans behangen met; geloof, hoop en liefde
en het hangt aan een versleten kantje

onder de boom een kindje in een Bakske vol met stro                                                                             mijn kerstboom hangt vol met mijn heden en mijn verleden en  dat laat ik maar zo

Ik wens u fijne kerstdagen.

Gerrie Drabbe
December 2015 ©

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een ander Genesis

Een ander Genesis

In de twintigste eeuw schiepen de geleerden
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

En de geleerden zeiden:Laat ons mensen maken
Wetenschappelijk verantwoord.
Zij schiepen oost en west vol industrie
Uit grondstoffen van derden
En daarin plaatsten ze de nieuwe mens.
Zij zagen de morgen dagen van een nieuwe tijd

En de geleerden zeiden:Weest economisch vruchtbaar
Wordt eenzaam met elkaar
En put uit de natuur zoveel energie
Als geconsumeerd kan worden
En zij zagen de schemering vallen van de avond.

Toen schiepen ze vliegend gedierte in de lucht
Straaljagers, bommenwerpers, satellieten
En kruipend gedierte over de aarde
Artillerie en tanks en monsters in de wateren
Onderzeeërs
Alles met atoomraketten elk naar hun soort
En ze verkochten zoveel ze konden over de hele aarde
Om deze te kunnen verwoesten
En zij merkten dat het nacht werd en aardedonker.
Ik denk dat ik namens alle leden van het vrouwengilde de hoop mag uitspreken dat
deze gedachten geen waarheid worden. Wij vrouwen wensen ons, onze kinderen en
kleinkinderen en alle andere mensen toch nog een mooi en gelukkig leven toe.

Annie Beunen

Kerstverhaal

Een Oostenrijkse kerstbeleving uit 1944.

Voor een kleine jongen dat in het gebergte opgroeit, is de natuur een grote speelkamer. Het speelgoed komt soms letterlijk uit de hemel vallen. Er vliegen geregeld vreemde vliegtuigen over. Zij droppen allerlei geheimzinnige dingen waar de kleine jongen dan vol trots mee thuis komt. Regelmatig komt er een regen van zilverpapier naar beneden. Prachtige zilveren slierten en het kind verzamelt er handen vol van. De moeder, zuinig als ze is en gezegend met een groot improvisatie talent bewaart veel. Het kan nog wel eens van pas komen. Hoe het echt zit weet de moeder maar al te goed. De Russen rukken op en de R.A.F. dropt de stroken zilverpapier om zo de Duitse radiozenders te storen.

Dan is het Kerstmis.

De hoogste kerkelijke feestdag in Oostenrijk is de kerstnacht op vierentwintig december. De dagen die daar opvolgen zijn er van rust, kerk en familie bezoek. Voor zover dat in een boeren gezin mogelijk is. Het Kerstkind brengt in de kerstnacht een versierde kerstboom en cadeautjes. Zo vertelde de moeder het aan haar nu bijna volwassen dochters, nu ook aan haar jongste zoon. Het gezin maakt zich op om de betovering van de kerstnacht samen te beleven voordat ze samen naar de nachtmis gaan. In het kleine boeren huis is de oorlog dan even ver weg. Na het avondeten moet iedereen de keuken uit. Alleen de moeder blijft zo dat het kerstkind niet gestoord wordt. Eindelijk is het dan zover en mogen alle gezinsleden de woonkeuken weer in. De kleine jongen kijkt zijn ogen uit. Het eerste wat hij ziet is de kerstboom. De boom hangt vol met kleine rode appels. Mooi opgewreven met varkensvet en ze glanzen zo deftig. Mooi ingepakt snoepgoed. De papiertjes zijn door het jaar heen zuinig bewaard en weer glad gestreken. Eigen gebakken koekjes en chocola uit de keuken van de moeder. En dan natuurlijk de kaarsjes, die straks aanmogen. De verrassing dit jaar is de Lametta. Zilver en glimmend staat hier een boom waar zelfs de ouderen stil van zijn. Iedereen weet dat het zilverpapier bedoeld was om radio uitzendingen te verstoren. De betovering wordt verbroken als de kleine jongen ontdekt dat…Het Kerstkind er nog is! ‘Het’ lijkt verdacht veel op een van de tantes. Dat kan natuurlijk niet want tantes hebben geen vleugels. Dit kerstkind heeft vleugels en ze zijn van karton wordt er vastgesteld. Het kerstkind brengt geschenken. Degelijke pantoffels, warme truien en boeken. Voor iedereen wat. En voor iedereen een al dan niet vermanende boodschap. Nu is de kleine jongen is aan de beurt. Hij heeft het kerstkind in ademloze bewondering zitten aanstaren. ‘Het’ heft een vinger op naar de jongen en zegt; ‘Als je belooft niet meer ontdeugend te zijn, en niet meer te laat aantafel komt, dan krijg je een kerstcadeautje van me.’ Maar,’als je niet lief bent dan neem ik de kerstboom en de cadeautjes weer mee terug naar de hemel.’ De kleine jongen is even onder de indruk van de lange preek die hij moet aanhoren. Maar dan, temperamentvol als hij kan zijn besluit hij dit niet te accepteren van een wildvreemde die zegt dat zij het kerstkind is, op een van de tantes lijkt en kartonnen vleugels heeft. Hij zal de kerstboom beschermen en verdedigen als een kostbaar bezit. Hij verkoopt het kerstkind een paar stompen en gilt driftig dat niemand aan de boom mag komen. In de algemene consternatie grijpt de moeder in en brengt het krijsende jong tot bedaren. Het kerstkind dat nu echt op een van de tantes lijkt, trekt zich verschrikt met een geknakte kartonnen vleugel terug. De rust keert weer en de kaarsjes mogen aan.

Het is kerstmis.

Herfst

Herfst

Voor mij geen najaarsdip of winter depressie. Ik houd van de herfst. De natuur ruikt nu aards en kruidig. De kans op nachtvorst is er weer volop.  Tijdens onze bijna dagelijkse ochtend wandeling  op de trappen van de Wilhelmina berg bij SnowWorld, zien we de bomen verkleuren.

Het is een genot om het dagelijks waar te nemen. De lucht kan helder zijn als kristal en soms al tintelfris. Bij rustig herfstweer zijn de uitzichten riant, ander maal is de
wereld grijs, vochtig en klein. Vandaag doe ik boodschappen op de markt. Onderweg dwarrelt een grote wolk bonte bladeren over de weg. Het zijn meer dan vijftig tinten rood, bruin en goud. Door het gefilterde zonlicht tussen de bomen een adembenemende aanblik. Op de markt is het ook herfst. Ik koop prei, spruiten, eieren en om straks van te snoepen, maatjes haring met uitjes. Ook  wat goudrenetten, een kloeke spitskool en een mooie pompoen. De pompoen gaat niet mee voor de sier maar voor de soep. Het gevolg van deze euforische koopwoede is, dat ik me bijna een breuk sjouw aan mijn geluk.
Van de goudrenetten staat nu een deel te pruttelen om appelmoes te worden. De rest is voor een appeltaart.

In de tuin wordt nu ook alles een stuk rustiger. De tulpen en narcissen bollen zitten in de grond.  De zomerbloeiers zijn opgeruimd en er komen steeds meer lege plekken. Het straalt wel veel rust uit. Mijn tuin en de rest van de natuur maakt zich klaar voor de winterslaap. De soms opdringerige kleuren van de zomer zijn verbleekt, verdwenen of hangen er moe gebloeid en lusteloos bij. Klaar om gesnoeid of afgeknipt te worden. De spinnen nemen nu de macht in de tuin over. Niet dat het nu mijn vriendjes zijn. De prachtige webben vol dauwdruppels ’s morgens zijn om stil van te worden. De onverwachte ontmoetingen met de plakkerige draden,  als ik mijn tuinhuis binnen ga om wat op te ruimen, zijn om te rillen. Als dan ook een kwaaie spin beledigd naar beneden
komt zakken, om me van zijn bezitterigheid te overtuigen, ja dan is de romantiek snel weer voorbij. Om mijn gezicht te redden kijk ik dan ook maar beledigd terug. Ik laat het tuinhuis maar aan hem en zijn familie over tot het voorjaar. Tijd voor koffie met appeltaart.

Gerrie Drabbe

Toen en Nu

Toen en Nu

De keuken uit mijn kindertijd was altijd vol met mensen.
Er stond ’n warme kachel in, wat had je meer te wensen?
De was hing erte drogen en de worst hing aan een spijker.
De koffie stond te pruttelen, waar was het leven rijker?

We zaten in ons keukentje met negen man te eten,
met soep vooraf en pudding toe, ik zal ’t nooit vergeten.
De afwas was het ergste niet, dan stonden we te zingen.
’n Grote zinken teil, dat was ons bad, er waren erger dingen.

De keukenmat werd opgerold, want vader kwam van de markt,
ik zie hem nog zweten.
De armen vol met groenten, we hadden weer te eten.
Brood was er altijd op de plank en een varken in de kelder.
Was ’t vuil dan ging de dweil erdoor en alles was weer helder.

De keuken van onze kinderen, staat nu vol met apparaten.
Het nieuwste van het nieuwste, maar je kunt er niet mee praten.
De was zit in de droger, in de vriezer zit het eten.
Het is ongekende luxe, als ik niet beter had geweten.

Ze eten in het keukentje, dat wel, maar wie was toch die verzon,
’n twee minuten maaltijd, zo uit de magnetron.
De afwas die gaat in ’t machien, daar zitten ze niet mee.
En zingen dat hoeft ook al niet meer, ze draaien een cd.

Geen teil meer, maar een bubbelbad, ’n auto voor de deur.
Wie nou niet tevreden is, dat is een ouwe zeur.
Wij hadden al die dingen niet, maar toch wel ietsje meer.
’n Kostbaarheid in ’t leven; gezelligheid en sfeer.

Tiny Meerten

Huishoudelijk wonder

Huishoudelijk wonder.

Op een gewone zonnige ochtend deed ik een klusje waar ik niet goed in ben. Daarom doe ik  het  ook niet vaak. Ramen lappen! Helaas kan ik geen groter heroïsch feit vermelden. Ik lapte de ramen en geloof me het was nodig. Het grootste raam in de huiskamer stond wijd open zodat ik het streeploos schoon en glanzend kon wrijven. Dat is altijd de bedoeling. Bij mij wil dat maar zelden lukken. De waarheid komt altijd tegen de avond als de ondergaande zon me onverbiddelijk op de feiten wijst. Het woord streeploos krijgt dan ineens een heel andere betekenis. Ik heb ermee leren leven.

Op dat zonnige moment, was het licht zo mooi en de rust in mijn straatje zo sereen. Plotseling zag ik mijn moeder in haar glorie jaren. Jong, vol energie en ze droeg haar geruite schort. Ze lapte de ramen en ze had er zin in. Ik weet niet of ze op dat moment even bezit nam van mijn geest en mijn rechter arm. Ik lapte het raam met grote halen. Het was een goed gevoel waar ik op dat moment zelfs volop van genoot. Zonder enige verwondering, met de stellige wetenschap dat mijn moeder met een lach en een knipoog het raam streeploos voor mij lapte. Laat nu de avondzon maar komen.

Gerrie Drabbe

 

 

 

Mevrouw

Mevrouw

Graag vertel ik u het verhaal van mijn moeder en haar Vrouwenverenigingsleven uit de vorige eeuw. Het klinkt zo ver weg maar ik herinner het me als de dag van vandaag.  Ze zou verrast zijn als ze hoorde dat ik pas na mijn zestigste  lid werd van het Vrouwengilde Landgraaf, waar we elkaar geen Mevrouw noemen. Ze zou  goedkeurend knikken en  fijntjes glimlachen. Wat een geluk dat de tijden veranderd zijn. In haar tijd zou ik een beroerd lid geweest zijn. Ik kan niet breien en ik ben een miserabel naaister. Absoluut
ongeschikt voor de status van ‘Mevrouw’.

Mijn moeder was meer dan vijftig jaar lid van een vrouwenvereniging. De naam van de vereniging was: Nederlands Hervormde Vrouwengroep, Bidt en Werkt. Met het bidden viel het uiteindelijk wel mee. Maar gewerkt werd er. De vereniging zetelde in de voormalige protestantse school aan de Heerlenseweg in Schaesberg. Iedere woensdag avond kwamen ze samen in de kamer van het hoofd der school, zoals dat in die tijd  heette. Een hechte club van ongeveer dertig jonge vrouwen in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Een bloeiende vereniging ,zei men toen ook al.

De avond werd geopend door de voorzitster. Zij  opende de bijeenkomst met een gebed, een Bijbellezing en een samenzang. Na deze openingsceremonie gingen de vrouwen over tot de orde van de avond. Het werk kwam op tafel. Breiwerk, borduurgoed, haakwerk en nog veel meer. Tegelijkertijd werden op beschaafde toon de nieuwtjes uitgewisseld en men noemde elkaar Mevrouw. De koffie kwam tegen half negen. Die werd op toerbeurt gezet. Afwassen hoefde niet.  De voorzitster, afkomstig uit de provincie Groningen introduceerde heel praktisch de plattelandse methode uit Rodeschool. Ieder lid bracht haar eigen kop en schotel mee. Ingepakt in een schone herenzakdoek of een boterhamzakje. Het ging na gebruik weer in het zakje mee naar huis waar het bij de afwas werd gezet. Een keer per jaar organiseerden de vrouwen een bazaar in de gymnastiekzaal van de school. De gymzaal deed op zondag morgen ook dienst als  kerkruimte.  Er was nog geen protestantse kerk maar er werd voor gespaard. De opbrengst van de bazaar ging naar de kerk die er eens
moest komen. De vrouwen hadden zich ten doel gesteld om voor een deel van de inrichting te zorgen. De kerk kwam er. De Ark op de Heugden. De vrouwen werkten
door.

Er ging iets mis met het verjongen. Een gevoelige klap kwam na het sluiten van de mijnen.  Een aantal leden verdween om dat er werk geboden werd bij Hoogovens in IJmuiden en Dow Chemical in Terneuzen. Er kwamen nauwelijks nieuwe leden bij. De vrouwen gingen samen de middelbare leeftijd en de overgang tegemoet.  Ze werkten door, noemden elkaar nog steeds Mevrouw en werden samen oud. Met alle gevolgen van dien. Na de  eeuwwisseling bestaat de vereniging nog uit vier vrouwen. Ze hielden een laatste bijeen komst, en hieven zichzelf als vereniging op. Vier hoogbejaarde No nonsens vrouwen die  meer dan vijftig jaar in hun zaak geloofden.

De praktische reden van opheffing was, het leden aantal was intussen te klein om een gemeentelijke subsidie te ontvangen.  Na een laatste kop koffie uit het D.E. koffiezetapparaat  en een laatste  mijmering over de vervlogen jaren namen de  vrouwen  afscheid   en noemden elkaar voor de laatste  keer Mevrouw.

Gerrie Drabbe

 

Franse slag

Een vakantie in geuren en kleuren.

Deze zomer waren we drie weken in de Provence. Begin juni is de streek nog heerlijk rustig en nog niet zo verzengend heet als het in juli en augustus kan zijn. We streken neer op een rustige camping met een vriendelijke patron die zich voorstelde als Olivier. We stalden de caravan onder een mooie schaduwrijke boom en we voelden ons ‘senang’. We vierden vakantie met de Franse slag. Wat dat precies is, valt moeilijk uit te leggen maar lekker is het wel. Na een dag of twee acclimatiseren werd het tijd voor wat actie. We gaan naar de regionale weekmarkt. We rijden door een zon overgoten land met lavendelvelden die nog niet helemaal in bloei staan. Wel gillend geel bloeiende bremstruiken en de felrode klaprozen die er voor zorgen dat er zo schitterende en weidse panorama’s ontstaan. We
rijden met open ramen en we ruiken de Provence. Het zijn de geuren die al heel lang uitvoerig worden bezongen en beschreven door romantici en het klopt. De markt wordt ondanks het vroege uur al druk bezocht door toeristen zoals wij en ook de Franse huisvrouwen doen hun boodschappen. Er is veel te zien en te beleven. De terrassen onder grote schaduwrijke platanen zijn al goed bezet. Wij slenteren langs de groenten en fruitkramen. We staan te watertanden bij de lekkernijen. Mooie kazen. Worsten, olijven en de kruiden. Het kleuren spektakel en het geurfeest van de kruiden verkopers is een prachtig gezicht op de zon overgoten markt die nu allengs drukker en warmer wordt. Tijd voor koffie! We strijken neer op een mooi terras. Nu kijken we naar een bonte stroom van
passanten en dat is meer dan bezienswaardig. Oude Franse dametjes die andere oude Franse dametjes ontmoeten en elkaar kussend begroeten alsof ze elkaar in geen tien jaar zagen. Zeurende, Nederlandse vrouwen die roepen dat de boontjes te duur zijn. Een zuinig kijkende Duitse dame die er schande van spreekt dat er (wat oudere) Franse mannen zijn die op dit uur al achter een glas Pastis zitten. Er flaneren elegant geklede vrouwen voorbij en mannen met hoog op getrokken sokken in Jeruzalem sandalen met akelig witte benen onder een te grote buik. Een groot zonnig en kleurig feest waarin een ontspannen vakantie
gevoel zich kan ontwikkelen. We vervolgen onze tocht. De potterie, weer een uitbundig kleuren festijn. De zeepjes en de snuisterijen, de kleding de schoenen de hoeden de bh’s en de matrassen. Tegen half twaalf zijn we weer terug met een tas vol groenten, fruit, verse geiten kaasjes, olijven een donkerbruin boerenbrood en een mooie blouse. We kregen intussen buren. Achter ons staan nu drie bevriende echtparen die druk in de weer zijn hun territorium in te richten. Ze komen uit het Gooi. Echte Gooische vrouwen…?     Maar dan komt het helemaal goed. Ze zijn wanhopig op zoek naar een Lidl. Zij vinden de boontjes  ook te duur.

Gerrie Drabbe

Postbode

Hij is student, krap bij kas en dringend op zoek naar een baantje om zijn financiën op een hoger peil te brengen. Hij komt uit bij de posterijen. De student krijgt een dienstfiets met twee grote fietstassen er aan. Zijn domein wordt het wijde buitengebied met wat gehuchten en een paar afgelegen boerderijen. Hij is een sportieve jongen die met de dienstreizen op de fiets ook mooi aan zijn conditie kan werken. Naast een studie wiskunde wil hij ook nog een opleiding lichamelijke opvoeding doen.

Een dag per week, op zaterdag is hij de onbetwiste koning van het wijde buitengebied. Na verloop van tijd leert hij de mensen kennen waar hij zijn post aflevert. Een praatje hier en het laatste nieuws daar. ‘s Zomers een glaasje fris. In de winter een borreltje. Bij de vrolijke boerin met de lachrimpeltjes om haar ogen, die op de verst gelegen hoeve woont. Daar eet hij zijn boterhammen aan haar keukentafel.

Op een van zijn adressen maakt hij kennis met een aardig meisje. Na verloop van tijd blijkt ze vaak blozend op hem te wachten als hij met zijn post komt. Hij waagt het erop en vraagt haar op een zaterdag of ze die avond met hem mee uit gaat. Ze stemt twijfelend toe, haar ouders zijn niet thuis. Hij fietst met veel energie zijn ronde af om vandaag bijtijds klaar te zijn. Bij het laatste adres, de meest afgelegen boerderij peddelt hij het erf op. De boer rent hem al tegemoet. ‘Zet je fiets neer en kom direct met me mee naar de stal. Er kalft een koe en ik heb hulp nodig’. De koe heeft geen kracht meer en ik kan het niet alleen. Schiet op’. De koe, de boer en de student zetten een mooi kalf op de wereld. Na de geslaagde bevalling nemen de boer en zijn assistent er een neut op. Het was hard werken en vroeg klaar vandaag zit er ook niet meer in. Toch haalt hij die avond zijn nieuwe vriendin af en ze gaan samen wat drinken. Als de ouders van het meisje thuis komen vraagt de moeder aan het jongere broertje, ‘waar is je zuster?’. Antwoord;’ Die is er met de postbode vandoor’.

Vijfendertig jaar later.

Een voormalig wiskunde student, een gymnasium docent met pensioen fietst door het wijde buiten gebied. Nu, geen loodzware dienstfiets van het postbedrijf maar een lichte sportfiets. De vrouw aan zijn zijde is het meisje dat hij lang geleden verlegen mee uit vroeg. Ze zijn inmiddels bijna veertig jaar getrouwd. Ze fietsen naar de meest afgelegen hoeve en genieten van hun sentimental journey. Tot grote verrassing van de voormalige student woont de boer van lang geleden er nog. Hij zit op de bank voor zijn boerderij. De ‘student’ stapt van zijn fiets en de boer groet vriendelijk. Tijdens het gesprek dat geanimeerd verloopt, merkt hij dat de oude boer zich niet meer aan hem herinnerd. ‘Hoe is het met de vrouw?’ Vraagt hij. Och, antwoord de boer: ‘Ze wordt minder, het geheugen hè’. Tja, het was ook te mooi. Dan komt ze kijken. De boerin. Oud, klein en gebogen en ze schuifelt naar de twee mannen. ‘Moeder, kijk eens we hebben bezoek’. De boerin draait haar hoofd schuin omhoog om de bezoeker te bekijken. Haar gezicht veranderd in een landschap van honderdduizend vriendelijke rimpels en plooien. Ze kijkt naar de voormalige student en zegt:  ‘Ah, de postbode’!

Gerrie Drabbe