Kerstverhaal

Een Oostenrijkse kerstbeleving uit 1944.

Voor een kleine jongen dat in het gebergte opgroeit, is de natuur een grote speelkamer. Het speelgoed komt soms letterlijk uit de hemel vallen. Er vliegen geregeld vreemde vliegtuigen over. Zij droppen allerlei geheimzinnige dingen waar de kleine jongen dan vol trots mee thuis komt. Regelmatig komt er een regen van zilverpapier naar beneden. Prachtige zilveren slierten en het kind verzamelt er handen vol van. De moeder, zuinig als ze is en gezegend met een groot improvisatie talent bewaart veel. Het kan nog wel eens van pas komen. Hoe het echt zit weet de moeder maar al te goed. De Russen rukken op en de R.A.F. dropt de stroken zilverpapier om zo de Duitse radiozenders te storen.

Dan is het Kerstmis.

De hoogste kerkelijke feestdag in Oostenrijk is de kerstnacht op vierentwintig december. De dagen die daar opvolgen zijn er van rust, kerk en familie bezoek. Voor zover dat in een boeren gezin mogelijk is. Het Kerstkind brengt in de kerstnacht een versierde kerstboom en cadeautjes. Zo vertelde de moeder het aan haar nu bijna volwassen dochters, nu ook aan haar jongste zoon. Het gezin maakt zich op om de betovering van de kerstnacht samen te beleven voordat ze samen naar de nachtmis gaan. In het kleine boeren huis is de oorlog dan even ver weg. Na het avondeten moet iedereen de keuken uit. Alleen de moeder blijft zo dat het kerstkind niet gestoord wordt. Eindelijk is het dan zover en mogen alle gezinsleden de woonkeuken weer in. De kleine jongen kijkt zijn ogen uit. Het eerste wat hij ziet is de kerstboom. De boom hangt vol met kleine rode appels. Mooi opgewreven met varkensvet en ze glanzen zo deftig. Mooi ingepakt snoepgoed. De papiertjes zijn door het jaar heen zuinig bewaard en weer glad gestreken. Eigen gebakken koekjes en chocola uit de keuken van de moeder. En dan natuurlijk de kaarsjes, die straks aanmogen. De verrassing dit jaar is de Lametta. Zilver en glimmend staat hier een boom waar zelfs de ouderen stil van zijn. Iedereen weet dat het zilverpapier bedoeld was om radio uitzendingen te verstoren. De betovering wordt verbroken als de kleine jongen ontdekt dat…Het Kerstkind er nog is! ‘Het’ lijkt verdacht veel op een van de tantes. Dat kan natuurlijk niet want tantes hebben geen vleugels. Dit kerstkind heeft vleugels en ze zijn van karton wordt er vastgesteld. Het kerstkind brengt geschenken. Degelijke pantoffels, warme truien en boeken. Voor iedereen wat. En voor iedereen een al dan niet vermanende boodschap. Nu is de kleine jongen is aan de beurt. Hij heeft het kerstkind in ademloze bewondering zitten aanstaren. ‘Het’ heft een vinger op naar de jongen en zegt; ‘Als je belooft niet meer ontdeugend te zijn, en niet meer te laat aantafel komt, dan krijg je een kerstcadeautje van me.’ Maar,’als je niet lief bent dan neem ik de kerstboom en de cadeautjes weer mee terug naar de hemel.’ De kleine jongen is even onder de indruk van de lange preek die hij moet aanhoren. Maar dan, temperamentvol als hij kan zijn besluit hij dit niet te accepteren van een wildvreemde die zegt dat zij het kerstkind is, op een van de tantes lijkt en kartonnen vleugels heeft. Hij zal de kerstboom beschermen en verdedigen als een kostbaar bezit. Hij verkoopt het kerstkind een paar stompen en gilt driftig dat niemand aan de boom mag komen. In de algemene consternatie grijpt de moeder in en brengt het krijsende jong tot bedaren. Het kerstkind dat nu echt op een van de tantes lijkt, trekt zich verschrikt met een geknakte kartonnen vleugel terug. De rust keert weer en de kaarsjes mogen aan.

Het is kerstmis.