Mevrouw

Mevrouw

Graag vertel ik u het verhaal van mijn moeder en haar Vrouwenverenigingsleven uit de vorige eeuw. Het klinkt zo ver weg maar ik herinner het me als de dag van vandaag.  Ze zou verrast zijn als ze hoorde dat ik pas na mijn zestigste  lid werd van het Vrouwengilde Landgraaf, waar we elkaar geen Mevrouw noemen. Ze zou  goedkeurend knikken en  fijntjes glimlachen. Wat een geluk dat de tijden veranderd zijn. In haar tijd zou ik een beroerd lid geweest zijn. Ik kan niet breien en ik ben een miserabel naaister. Absoluut
ongeschikt voor de status van ‘Mevrouw’.

Mijn moeder was meer dan vijftig jaar lid van een vrouwenvereniging. De naam van de vereniging was: Nederlands Hervormde Vrouwengroep, Bidt en Werkt. Met het bidden viel het uiteindelijk wel mee. Maar gewerkt werd er. De vereniging zetelde in de voormalige protestantse school aan de Heerlenseweg in Schaesberg. Iedere woensdag avond kwamen ze samen in de kamer van het hoofd der school, zoals dat in die tijd  heette. Een hechte club van ongeveer dertig jonge vrouwen in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Een bloeiende vereniging ,zei men toen ook al.

De avond werd geopend door de voorzitster. Zij  opende de bijeenkomst met een gebed, een Bijbellezing en een samenzang. Na deze openingsceremonie gingen de vrouwen over tot de orde van de avond. Het werk kwam op tafel. Breiwerk, borduurgoed, haakwerk en nog veel meer. Tegelijkertijd werden op beschaafde toon de nieuwtjes uitgewisseld en men noemde elkaar Mevrouw. De koffie kwam tegen half negen. Die werd op toerbeurt gezet. Afwassen hoefde niet.  De voorzitster, afkomstig uit de provincie Groningen introduceerde heel praktisch de plattelandse methode uit Rodeschool. Ieder lid bracht haar eigen kop en schotel mee. Ingepakt in een schone herenzakdoek of een boterhamzakje. Het ging na gebruik weer in het zakje mee naar huis waar het bij de afwas werd gezet. Een keer per jaar organiseerden de vrouwen een bazaar in de gymnastiekzaal van de school. De gymzaal deed op zondag morgen ook dienst als  kerkruimte.  Er was nog geen protestantse kerk maar er werd voor gespaard. De opbrengst van de bazaar ging naar de kerk die er eens
moest komen. De vrouwen hadden zich ten doel gesteld om voor een deel van de inrichting te zorgen. De kerk kwam er. De Ark op de Heugden. De vrouwen werkten
door.

Er ging iets mis met het verjongen. Een gevoelige klap kwam na het sluiten van de mijnen.  Een aantal leden verdween om dat er werk geboden werd bij Hoogovens in IJmuiden en Dow Chemical in Terneuzen. Er kwamen nauwelijks nieuwe leden bij. De vrouwen gingen samen de middelbare leeftijd en de overgang tegemoet.  Ze werkten door, noemden elkaar nog steeds Mevrouw en werden samen oud. Met alle gevolgen van dien. Na de  eeuwwisseling bestaat de vereniging nog uit vier vrouwen. Ze hielden een laatste bijeen komst, en hieven zichzelf als vereniging op. Vier hoogbejaarde No nonsens vrouwen die  meer dan vijftig jaar in hun zaak geloofden.

De praktische reden van opheffing was, het leden aantal was intussen te klein om een gemeentelijke subsidie te ontvangen.  Na een laatste kop koffie uit het D.E. koffiezetapparaat  en een laatste  mijmering over de vervlogen jaren namen de  vrouwen  afscheid   en noemden elkaar voor de laatste  keer Mevrouw.

Gerrie Drabbe