Postbode

Hij is student, krap bij kas en dringend op zoek naar een baantje om zijn financiën op een hoger peil te brengen. Hij komt uit bij de posterijen. De student krijgt een dienstfiets met twee grote fietstassen er aan. Zijn domein wordt het wijde buitengebied met wat gehuchten en een paar afgelegen boerderijen. Hij is een sportieve jongen die met de dienstreizen op de fiets ook mooi aan zijn conditie kan werken. Naast een studie wiskunde wil hij ook nog een opleiding lichamelijke opvoeding doen.

Een dag per week, op zaterdag is hij de onbetwiste koning van het wijde buitengebied. Na verloop van tijd leert hij de mensen kennen waar hij zijn post aflevert. Een praatje hier en het laatste nieuws daar. ‘s Zomers een glaasje fris. In de winter een borreltje. Bij de vrolijke boerin met de lachrimpeltjes om haar ogen, die op de verst gelegen hoeve woont. Daar eet hij zijn boterhammen aan haar keukentafel.

Op een van zijn adressen maakt hij kennis met een aardig meisje. Na verloop van tijd blijkt ze vaak blozend op hem te wachten als hij met zijn post komt. Hij waagt het erop en vraagt haar op een zaterdag of ze die avond met hem mee uit gaat. Ze stemt twijfelend toe, haar ouders zijn niet thuis. Hij fietst met veel energie zijn ronde af om vandaag bijtijds klaar te zijn. Bij het laatste adres, de meest afgelegen boerderij peddelt hij het erf op. De boer rent hem al tegemoet. ‘Zet je fiets neer en kom direct met me mee naar de stal. Er kalft een koe en ik heb hulp nodig’. De koe heeft geen kracht meer en ik kan het niet alleen. Schiet op’. De koe, de boer en de student zetten een mooi kalf op de wereld. Na de geslaagde bevalling nemen de boer en zijn assistent er een neut op. Het was hard werken en vroeg klaar vandaag zit er ook niet meer in. Toch haalt hij die avond zijn nieuwe vriendin af en ze gaan samen wat drinken. Als de ouders van het meisje thuis komen vraagt de moeder aan het jongere broertje, ‘waar is je zuster?’. Antwoord;’ Die is er met de postbode vandoor’.

Vijfendertig jaar later.

Een voormalig wiskunde student, een gymnasium docent met pensioen fietst door het wijde buiten gebied. Nu, geen loodzware dienstfiets van het postbedrijf maar een lichte sportfiets. De vrouw aan zijn zijde is het meisje dat hij lang geleden verlegen mee uit vroeg. Ze zijn inmiddels bijna veertig jaar getrouwd. Ze fietsen naar de meest afgelegen hoeve en genieten van hun sentimental journey. Tot grote verrassing van de voormalige student woont de boer van lang geleden er nog. Hij zit op de bank voor zijn boerderij. De ‘student’ stapt van zijn fiets en de boer groet vriendelijk. Tijdens het gesprek dat geanimeerd verloopt, merkt hij dat de oude boer zich niet meer aan hem herinnerd. ‘Hoe is het met de vrouw?’ Vraagt hij. Och, antwoord de boer: ‘Ze wordt minder, het geheugen hè’. Tja, het was ook te mooi. Dan komt ze kijken. De boerin. Oud, klein en gebogen en ze schuifelt naar de twee mannen. ‘Moeder, kijk eens we hebben bezoek’. De boerin draait haar hoofd schuin omhoog om de bezoeker te bekijken. Haar gezicht veranderd in een landschap van honderdduizend vriendelijke rimpels en plooien. Ze kijkt naar de voormalige student en zegt:  ‘Ah, de postbode’!

Gerrie Drabbe